En nog een WordPress site
Header

De parforcehoorn

Via de Franz Anton van Sporck kwam de trompe de chasse dus in het Duits taalgebied. In Bohemen en Wenen bouwden bijvoorbeeld de gebroeders Leichamschneider verder aan de hoorn, en kwam er bijvoorbeeld een stempijp bij. Door een iets andere bouw, een bredere buis en een langere kelk kreeg de hoorn een ‘ronder’ en ‘warmer’ geluid. Langs deze weg ontstond de Duitse traditie van het hoorn blazen. Weliswaar een hoorn, maar met een volstrekt ander geluid dan de Franse trompe de chasse.
Andere fameuze hoornbouwers in die tijd zijn Eichentopf, Ehe en Haas. De Duitse tradities kende zijn ups en downs. De Oostenrijkse keizer Karl VI die bij van Sporck de hoorn leerde kennen, organiseerde zijn eigen ‘Hofjagdmuziek’ in het Lainzer Jacht- en Wildpark. Bij gelegenheid van het 25 jarige huwelijk van keizer Franz Jozef en zijn ‘Síssi’ componeerde Joseph Schantl een aantal fanfares, die op de optochtroute door 200.000 mensen werden gehoord en gewaardeerd. Als gevolg daarvan ontstond de ‘K.u.K. Hofjagdmusik im Tiergarten nächst Lainz’, die later de ‘Lainzer jagdmusik’ ging heten en overging in de ‘Wiener Waldhornverein’.
Door de eerste wereldoorlog is er veel verloren gegaan. Blazers waren omgekomen op de slagvelden; armoede en honger waren de thema’s in plaats van jachtmuziek. Onder invloed van de Duitsers in Oostenrijk werd de muziekale parforcehoorn door de meer militaire Plesshoorn verdrongen. De tweede wereldoorlog betekende een teruggang in het jachthoornblazen. Na de oorlog duurde het weer een hele tijd voordat de hoorn uit de kast kwam, en er weer voor het plezier en/of tijdens de jacht geblazen werd.
In Wenen werd pas in 1954 weer voor het eerst een concert gehouden met jachthoornmuziek.
In de vijftiger jaren komen ook de Plessgroepen in Oostenrijk en Duitsland op. Met de wedstrijden ontstaat er weer meer ambitie, en komt de kleine parforcehorn in B op.

In 1968 geeft de DJV een notenboekje uit met de jachtsignalen voor Pless- en Parforcehoorns. Reinhold Stief voegde daar sinds 1972 nog negen notenboekjes voor Pless- en Parforcehoorn in B en Es aan toe. Daardoor is een standaardisering wel geslaagd.
Het enkele ventiel op de Parforcehoorn is er in 1962 bij gekomen: Hermann Neuhaus vulde de Parforcehoorn aan met een draai- of cilinderventiel waardoor de toonlader van B (zonder gebruik van het ventiel) en Es (mèt gebruik) gespeeld kunnen worden op een-en-dezelfde hoorn. Daardoor werd het spelen van meer gesofistikeerde muziekstukken op de Parforcehoorn mogelijk. Zeker als er in meerdere stemmen samen gespeeld wordt.